Partnerkeuze en relatiesatisfactie

  • Partnerkeuze en relatiesatisfactie - Praktijk Mental Balance
  • Partnerkeuze en relatiesatisfactie - Praktijk Mental Balance
  • Partnerkeuze en relatiesatisfactie - Praktijk Mental Balance
  • Partnerkeuze en relatiesatisfactie - Praktijk Mental Balance

De aantrekkingskracht tussen potentiële partners om tot paarvorming te komen is geen garantie voor een langdurige bevredigende relatie. Veel biologische factoren die een primaire rol spelen bij de partnerkeuze zijn gericht zijn op het verkrijgen van gezonde nakomelingen en aansluitend een succesvolle opvoeding. Deze evolutionaire eisen waren lange tijd voldoende en gaven de mens zijn bestaansrecht. Echter een moderne relatie, ongeacht of er een kinderwens bestaat, stelt ook andere essentiële eisen om te kunnen (over)leven en waarbij liefde, geluk en ontplooiing tot relatiesatisfactie leiden. Tegenwoordig is een partnerrelatie, in de geïndividualiseerde samenleving, een belangrijk instrument voor behoeftebevrediging. Werd deze behoeftebevrediging vroeger sterk gefaciliteerd door familie, stam of clan, tegenwoordig is een partnerrelatie vaak de basis hiervoor. In de latere visie van Maslow op zijn behoeftepiramide (Maslow, 1971) zag hij de partnerrelatie als essentieel voor alle vijf de behoefteniveaus: lichamelijk, veiligheid en zekerheid, sociaal contact, zelfverwerkelijking, en zelftrancedentie. Zeker in tijden van economische teruggang hebben ‘happy singles’ en eenoudergezinnen vaak moeite om zelfstandig te voorzien in zelfs de lagere fundamentele behoeften.
     Volgens CBS-cijfers is het echtscheidingspercentage de afgelopen tien jaar gestaag gestegen tot 36,5 %, waarbij opvallend genoeg de gemiddelde huwelijksduur bij een scheiding  is toegenomen tot 14,5 jaar. In 80% van de scheidingen gaat het initiatief uit van de vrouw. Dit stemt overeen met het feit dat vrouwen minder tevreden zijn over hun relatie dan mannen, zoals al eerder genoemd. Als in Amerika alles eerder gebeurt dan in ons land dan tenderen we in Nederland naar een scheidingspercentage van ruim 50% zoals nu in de VS het geval is. Al is het taboe op scheiding gelukkig verminderd, er zullen maar weinig mensen zijn die trouwen met de intentie om later weer te scheiden. Over ongehuwde lange relaties die steeds meer voorkomen is statistisch gezien veel minder bekend. Wel weten we dat een relatie voor jongeren nog altijd een ideaal is; negen van de tien verwachten te gaan samenwonen en 80% denkt uiteindelijk te zullen trouwen. Kortom de drang tot relatievorm is sterk en slechts weinig mensen lijken erop gebouwd om lange tijd alleen te leven.
     Naast diepgaande psychologische redenen, waarom een zekere mate van relatiesatisfactie niet altijd bereikbaar lijkt en scheiding niet te voorkomen is, zijn er ook valkuilen die meer aan de oppervlakte liggen. We leven in een tijd van grote technische en maatschappelijke veranderingen. Werk en studie eisen continue aanpassingen van mensen. Het gevaar bestaat hierbij dat door deze gewenste veranderingsprocessen, partners binnen een relatie soms een andere kant uit evolueren, met het gevaar uit elkaar te groeien. In mijn eigen praktijk heb ik meermalen cliënten gesproken die door psychotherapie en/of psychofarmaca vanuit het individu gesproken waren veranderd en geheeld, maar waarvan de relatie stukliep. De behandelde partner was niet meer de man of vrouw van vroeger en blijkbaar minder attractief geworden voor de andere partij. Echter ook het omgekeerde komt gelukkig voor waarbij individuele therapie, eventueel aangevuld met relatietherapie, de relatie had gered. Een tijdskwaal lijkt ook dat men alles wil binnen een relatie. Men heeft een drukke baan, studie, kinderen, een uitgebreid sociaal netwerk, hobby’s, onderhoudt social media, sport, doet aan persoonlijke groei en dan blijkt er ook nog een partnerrelatie te bestaan. Wie met zijn of haar partner alleen nog communiceert via papiertjes op de koelkast, sms’jes, mailtjes en de smart phone kan zijn relatie echt niet redden met een uurtje ‘quality time’.
Acceptatie dat - zoals de meeste dingen in het leven – relaties niet perfect zijn en dat van tijd tot tijd bezinning, bijstelling en reparatie van onvolkomenheden noodzakelijk zijn, lijkt voor veel mensen moeilijk te aanvaarden, aangezien velen zijn opgegroeid in een periode van continue economische groei en voorspoed. Bovendien een maatschappij die via de media uniforme ideaalbeelden en rolmodellen aan ons voorhoudt, verleidt veel mensen een rol aan te nemen die niet bij hen past. Een ‘persona’ (masker of  ‘het conformerende archetype’) wordt even gemakkelijk opgezet als weggeworpen in deze wereld van wegwerpcultuur. Het centrale doel van Jungs psychologie, het proces van de zelfverwezenlijking of individuatie lijkt verder weg dan ooit in de 21e eeuw. Uiteindelijk is verlies van authenticiteit dodelijk in relaties. Wie niet trouw is aan zichzelf kan uiteindelijk niet trouw blijven aan de ander. Een andere valkuil is dat sommige vrouwen de neiging hebben om hun partner drastisch te veranderen. Onder het motto Natuurlijk moet je je vriend/man nemen zoals hij is. Je moet hem alleen niet zo laten, proberen ze dingen waaraan zij zich storen te veranderen. Waar alle eerdere opvoedkundige systemen hebben gefaald denken zij vaak met de beste bedoelingen hun partner te kunnen omvormen. De uiteindelijke pedagogische resultaten hiervan zijn meestal teleurstellend en een bron van relatieconflicten. Al zijn pogingen tot modificatie van iemands persoonlijkheidsstructuur onverantwoord en onmogelijk, opsporing en verwerking van (jeugd)trauma’s die leiden tot onjuiste partnerkeuzes en inadequate relatievaardigheden, zijn wel degelijk zinvol. Aangezien deze trauma’s zich veelal in het onbewuste schuilhouden, is hypnotherapie een aangewezen vorm van psychotherapie.
     Persoonlijkheidskarakteristieken worden beschouwd als belangrijke factoren betrokken bij de vorming en instandhouding van intieme relaties. Hierbij wordt veelal uitgegaan van het vijf-Factorenmodel (Five Factor model) dat werkt met persoonlijkheidsvragenlijsten en dat is voortgekomen uit het Big Five Model (gebaseerd op lexicaal onderzoek). Beide onderzoekslijnen komen echter tot dezelfde indeling van vijf persoonlijkheidsdimensies: Neuroticisme (N), Extraversie (E), Consciëntieusheid (C), Altruïsme (A), en Openheid voor ervaringen (O). De dimensies worden het meest bestudeerd door de vragenlijst NEO-PI-R (Revised NEO Personality Inventory) zoals beschreven door Costa (1992), waarbij ieder domein weer wordt onderverdeeld in zes persoonlijkheidsfacetten, zodat dertig persoonlijkheidsfacetten kunnen worden onderscheiden. De psycholoog Dick Barelds (2003) onderzocht de invloed van persoonlijkheidseigenschappen op partnerrelaties. De persoonlijkheidsdomeinen Neuroticisme (facetten: angst, ergernis, depressie, schaamte, impulsiviteit en kwetsbaarheid) en Extraversie (facetten: hartelijkheid, sociabiliteit, dominantie, energie, avonturisme en vrolijkheid) bleken de meeste invloed te hebben op relatiesatisfactie en stabiliteit. Een hoge score voor neuroticisme, gecombineerd met een lage score voor extraversie, vergroot de kans op een instabiele ongelukkige relatie. Dit geldt zeker als beide partners homogaam zijn op deze twee dimensies.
      De door de Britse psychiater Bowlby ontwikkelde hechtingstheorie (Bowlby 1962, 1973), waarin de hechting tussen kind en primaire opvoeders werd geanalyseerd, lijkt ook een voorspellende waarde te hebben voor latere intieme relaties. Onderzoek van Hazan (1987) laat zien dat volwassenen met verschillende hechtingsstijlachtergronden uit hun kindertijd (veilig, vermijdend, angstig/ambivalent of gedesorganiseerd/chaotische hechting) verschillende hechtingsstijlen in latere intieme relaties ontwikkelen.
Bij veilig gehechte volwassenen ontstond vaak een romantische relatie gekarakteriseerd door vertrouwen, vriendschap en positieve emoties. Zij accepteren en steunen hun partner ondanks fouten. Zij geloven in blijvende liefde, vinden de ander betrouwbaar en zijn tevreden met zichzelf.
Vermijdend gehechte volwassenen voelden angst om dicht bij hun partner te staan en ervoeren gebrek aan vertrouwen. Zij houden zichzelf voor dat ze geen partner nodig hebben om gelukkig te zijn en twijfelen aan een blijvende liefde.
 

Angstig/ambivalent gehechte volwassenen waren gepreoccupeerd met de liefde en hadden het verlangen om één te worden met de ander. Zij worden gemakkelijk verliefd, maar hebben moeite om echte liefde te vinden, twijfelen aan zichzelf en tonen gevoelens van onzekerheid.
Gedesorganiseerde/chaotisch gehechte volwassenen ontwikkelen partnerrelaties waarbij zij hun partner afwisselend aantrekken en afstoten. Ze raken in verwarring als het thema van verlies en scheiding wordt aangeraakt. In de ernstigste vorm ontwikkelen zij borderlineproblematiek.
     Cliënten met partnerkeuzeproblemen en mogelijk een hechtingsstoornis uit de jeugd kunnen baat hebben bij regressie met innerlijk-kindwerk, werken met delen en Transactionele Analyse.

Dr. Fons de Vries
Relatietherapeut

Mental Balance Relatietherapie
Relatietherapie voor Amersfoort (Vathorst), Utrecht, Gooi, Gelderland en omstreken.
 

16 september 2015